|
Werking
De biologische zuiveringséénheid van de biorotor bestaat uit gegolfde
schijven welke gemonteerd zijn op een roterende as. Een variant
van deze uitvoering bestaat uit een as met een trommel waarin
zich een vulmateriaal bevindt met talrijke poriën. Zowel de golven
in de schijven als de poriën in het vulmateriaal van de trommel
zorgen voor een hoge beschikbare aanhechtingsoppervlakte voor
de waterzuiverende bacteriën. De schijven of de trommel zijn gedeeltelijk
ondergedompeld in het afvalwater. Het geheel wordt continu draaiende
gehouden door een elektromotor. Door de draaiende beweging neemt
de biorotor een deel van het afvalwater mee naar boven. Eens in
de lucht krijgt het water en de aanwezige bacteriën op de rotor
de noodzakelijke zuurstof voor de zuivering. Na een tijdje kan
een deel van het bacterieel slib loskomen van het dragermateriaal.
Dit losgekomen slib wordt in de nabehandeling tegengehouden en
via een pompsysteem teruggevoerd naar de voorbehandeling. In het
water van de verschillende tanken kan tevens een gedeeltelijke
verwijdering van nutriënten door anaërobe bacteriën plaatsgrijpen.
Mits bijkomende aanpassingen van de installatie is zelfs een verregaande
nutriëntverwijdering door anaërobe bacteriën mogelijk. Aangezien
het van belang is dat de rotor blijft draaien, is een elektronische
controle van de draaibeweging een interessante optie
Onderhoud
De draaiende delen van de biorotor dienen in goede conditie gehouden
te worden.
Geur
Een biorotor is geurloos, doordat alles zich in een afgesloten
tank afspeeld.

|